En gaat in mijn emmer
het is een snilhete dag; de zon brandt fel aan de hemel .De
grasklokjes voor het hol van Beer gaan er helemaal slap
van hangen. 'Jullie mag ik weleens vlug water geven, zegt
Beer. Hij loopt zijn hol in en kijk omzich heen.Waar kan ik
dat in gaan halen? Een lepel misschien? Nee, die is veel klein.
Een kopje dan? Daar gaat ook niet genoeg water in.
En zeef.. nee, natuurlijk niet? wacht eens...
er moet toch nog ergens een emmer staan?
Beer rommelt rond in zijn hol tot hij de emmer heeft gevonden.
Hij loopt ermee naar buiten om naar de vijver te gaan.
En dan... ziet hij het gat in de bodem. Beer is helmaal van
streek.
Wat nu? dan komt gelukkig net Egel voorbij.
Dat is een flink gat, zegt Egel. Dat moet je stoppen.Waarmee dan?
vraagt Beer. Egel denkt na. met stro! Kom mee, ik zal wel helpen.
Wat is er met jou? vraag Egel. Je kijkt zo treurig. Mijn blomen
hebben
water nodig. Maar er zit een gat in mijn emmer. Beer houdt de
emmer
omhoog. Ze gaan samen op pad om stro te halen. Maar het stro is
te
lang. Zo kan beerd het gaat in zijn emmer niet maken. Hij
probeert het
stro te breken. wat is het hard en taai!
Dat gaat niet, zegt Egel. Je moet het snijden. Waarmee dan?
vraagt Beer.
Egel denkt na. Wacht, ik heb wel eat. Ik ga het even halen. beer
gaat op
zijn Knieën liggen en kijkt nog eens goed naar zijn bloemer ze
zien er zo
treurig uit.... Nog heel even volhouden, jongens, zegt hij. dan
krijgen jullie
water.
Daar komt Egel al terug. Trost houdt hij een grote schaar omhoog.
kijk eens!
roept hij al van ver. Hiermee kunnen we het stro in stukjes
knippen! Blij pakt
Beer de schaar aan. Knip-knip! de schaar maakt wel geluid, maar
knippen
doet hij niet. dat ding is bot! bromt Beer. Wat heb ik daar nou
aan? Nou,
slijp hem dan, zegt Egel.
O. Slijpen, ja. Waarmee dan? Wat denk je? met een steen
natuurlijk. Beer
legt de schaar neer en kijkt om zich heen.Er zijn hier stenen,
zegt Beer Egel
zucht. Dan gaan we er eentje zoeken. Hij pakt Beer bij zijn poot
en trekt hem
mee. Ze zoeken overal en vinden eindelijk een mooie steen. Samen
dragen ze hem
naar het hol. Beer gaat zitten, pakt de schaar en wil gaan
slijpen. Stop! roept
Egel. Zó kan je niet slijpen! Waarom niet? vraagt Beer verbaasd.
Daar heb je
water voor nodig.
Beer wrijft langs zijn kin. Dat heb ik niet. Dan ga je het halen
in de vijver!
waarin dan? vraagt Beer. Egel kijkt om zich heen. In de emmer!
roept Egel.
Beer sprint op, pakt de emmer maar er zit een gaat in de emmer!
Ja... dan
weet Egel het ook niet meer. Het begint te regenen.Eerst een paar
druppels,
dan harder en harder. Komt gauw binnen, zegt Beer, en blijf hier
schuilen tot
over is.
eindelijk is de regen voorbij. ze steken hun neus naar buiten, en
kijk! de
bloemen staan er weer prachtig bij. Beer is zó blij dat hij
meteen een grote
bos gaat plukken. Voor Egel! Omdat je me zo goed geholpen hebt.
dank je
wel, zegt Egel stralend. Ik ga nu meteen naar huis om ze in het
water te zetten.
Heb je iets om ze in te doen? vraagt Beer. Tuurlijk, zegt Egel.
Ik heb thuis wel
een emmer.